Ziektes, plagen en soort vervangers

Ziektes, plagen en soort vervangers

Bomen, struiken en planten kunnen last hebben van ziektes of plagen. Deze worden veroorzaakt door schimmels, bacteriën of insecten.  Bij sommige soorten is er een vervangende cultivar. Ook word uitgelegd wat te doen bij een boom met een ziekte of plaag.

 

Bladluis

Bladluizen heb je in veel verschillende soorten. Blad luizen zijn niet schadelijk voor de boom maar kunnen wel erg vervelend zijn. Ze tasten de sierwaarden van een boom aan door het afsterven van de bladeren. De bladluizen zorgen voor plakkerige vloeistof op deze vloeistof ontwikkeld de schimmel roetdauw zich.

Wat kunt u doen?

Van bladluizen zal de boom niet sterven maar de plakkerige vloeistof geeft wel overlast. Een natuurlijke manier om de bladluizen te verminderen is het uitzetten van lieveheersbeestjes. De larven van een lieveheersbeestje zijn te koop bij tuin centra.

Vervangende boom

Bij het plaatsen van een nieuwe boom kan u rekening houden met een boom soort die niet of minder gevoelig is voor blad luis. Veel loofbomen kunnen last hebben van bladluis maar bij de linden, esdoorns en beuken word de bladluis vaak geconstateerd. Bij de linde zijn Tilia tomentosa en Tilia cordata minder gevoelig voor bladluis.

 

Eiken processie rups

De eiken processie rups geeft steeds meer overlast. Na de derde vervelling van de rupsen krijgen ze brandharen, deze brandharen veroorzaken irritatie bij mens en dier. Na de laatste vervelling verliest de rups zijn brandharen echter blijven deze haren nog 6 jaar actief. Voor de boom zijn de rupsen niet heel schadelijk, wanneer de rupsen elk jaar weer de boom aanvreten is er wel kans dat de conditie van de boom verminderd. De rupsen zijn actief van april tot en met augustus.

Bestrijding

Er word nog veel geëxperimenteerd met het bestrijden van de rups. Voor nu is de beste oplossing om de nesten weg te laten halen door de gemeente of een boomverzorger. De rupsen hebben een voorkeur voor de zomereik en vaak zitten ze in deze soort boom, maar ze kunnen ook in andere loofbomen zitten.

Eiken spint kever

De eikenspintkever is een insect die gangen in het levende hout van de jonge eik maakt. In deze gangen worden eitjes gelegd, de larven die uit deze eitjes komen vreten nieuwe gangen en verpoppen zich in de boom. Wanneer de larve verpopt is vreet hij zich weer naar buiten. Dit proces vind plaats in de maanden Juni tot en met september.

Door het gangen stelsel gecreëerd door de larven en kevers, word de sap stroom in de boom minder of zelfs volledig geblokkeerd. De boom kan zonder sapstroom geen voeding meer verspreiden en zal dus afsterven.

Voorkomen is beter dan genezen, vooral jonge minder stabiele bomen worden aangetast. Daarom is het belangrijk om de jonge eik goed nazorg te geven na het planten. Wanneer de eik snel aanslaat zal de kans op de eiken spintkever afnemen.

Essen tak sterfte

Door een schimmel afkomstig uit Azië worden de essen aangetast. De schimmel komt op het blad van de es en groeit via de blad steel de twijgen in hier word vervolgens het cambium aangetast. Door het aangetaste cambium is er een verstoring in de sapstroom. Hier door komt er geen of minder voeding uitwisseling waardoor takken afsterven.

Bij aan getaste delen is een bruine afgestorven bast te zien, ook het blad verwelkt gedurende het groeiseizoen. Niet alle essen zijn zeer gevoelig voor de essentak sterfte, Vrijwel de meeste soorten zijn zeer gevoelig maar een aantal soorten zijn ook minder gevoelig.  Er is ook verschil in de individuen sommige essen van de zelfde soort of zaailingen zijn zeer gevoelig en andere minder. Hier word nog veel onderzoek naar gedaan.

Kleine bomen overleven de schimmel niet, grotere bomen kunnen nog jaren blijven leven door te blijven groeien op het nog gezonde hout. Wel moet voor de veiligheid het dode hout regelmatig weg gesnoeid worden. Het verwijderen van afgevallen blad verlaagt de infectie druk. De schimmel verspreid zich ook door de wind, kans op infectie is daarom nog steeds aanwezig.

Minder gevoelige soorten

  • Fraxinus ornus
  • Fraxinus mandshurica
  • Fraxinus pensylvanica
  • Fraxinus americana

 

Gom ziekte

Kersen, sierkersen, pruimen en perziken kunnen last hebben van een bacterie die de gomziekte veroorzaakt. De bacterie infiltreert  in de bast van de boom, hier groeien kankers. De boom wil de kankers verwijderen en maakt gom aan die de bacteriën naar buiten moet duwen. Dit is aan de buitenkant van de boom te zien door de slijmerige vloeistof die uit de boom komt zetten.

Twijgen kunnnen geringd worden en hierdoor afsterven, ook de bladeren kunnen geïnfecteerd worden dit is te zien aan gele vlekjes en vervolgens gaatjes. De aangetaste takken dienen gelijk verwijderd te worden om de verspreiding te beperken. Het snoei gereedschap moet na afloop ontsmet te worden om verspreiding te voorkomen.

Bestrijding

Het bestrijden of het beperken van de aantasting kan door het verwijderen van aangetaste takken. Na het snoeien dient het snoeigereedschap ontsmet te worden. Sommige sierkersen zijn minder gevoelig voor de gomziekte.

Minder gevoelige soorten

  • Prunus serrulata "Amanogawa"
  • Prunus avium 'Bigarreau Burlat'
  • Prunus avium 'Castor'
  • Prunus avium 'Pollux'

 

Iepen spint kever

De iepen spint kever draagt sporen van een schadelijke schimmel bij zich. Deze sporen brengt hij naar de boom omdat hij de eitjes onder de bast wil leggen. De boom raakt geinfecteerd, als reactie sluit hij de houtvaten af om de schimmel niet veder door de boom te verspreiden. Door de houtvaten af te sluiten sterven de takken af.

Uiteindelijk zal de schimmel zich door de hele boom verspreiden en de boom zal afsterven. Een besmette iep kan de ziekte weer verspreiden door de jonge kevers die weer naar andere iepen gaan. Ook via de wortels kan een iep de buurman iep besmetten. Om deze reden moet een zieke iep gelijk verwijderd te worden, het hout moet ter plaatse geschild of verbrand worden. Onschuld iepen hout vervoeren is verboden.

Vervangende iep

De Ulmus laevis is ziekte vrij

 

Kastanjebloedingsziekte

Deze ziekte wordt door bacteriën veroorzaakt die de bast infecteert. Roodbruine vlekken verschijnen op de buitenkant van de bast, hier kan vloeistof uit komen. Deze vloeistof laat ook vlekken achter, deze zijn te zien op de stam en takken. Door het scheuren van de bast zal de boom de wonden proberen te dichten.

Herstel is mogelijk wanneer de boom in goede conditie blijft. Wanneer de conditie achteruit gaat is er een grote kans dat de boom geïnfecteerd word met de honingzwam, fluweelpootje of de oesterzwam. Bomen met een sterk terug gaande conditie sterven vaak af.

Bestrijding is nog niet mogelijk, er word geëxperimenteerd meet warmte behandelingen om de bacteriën te doen afsterven.

Vervangers

Aesculus indica en Aesculus pavia, zijn niet gevoelig voor de kastanjemineermot. Hierdoor is er minder kans dat de conditie van de boom achter uit gaat en geïnfecteerd word met de bloedingsziekte.

kastanjemineermot

Door de kastanjemineermot vallen de bladeren van de boom. De vlinder legt haar eitjes op het blad, de larven eten het bladmoes op en het blad verkleurd en valt er af. Dit proces begint in juni, de vlinder legt vaker in het jaar eitjes. Door de meerdere leggen per jaar kan de boom ernstig aan getast worden en in de zomer al zijn blad al kwijt zijn. Wanneer dit zich jaarlijks herhaalt zal de boom ernstig achteruit gaan in conditie en word weer sneller vatbaar voor bijvoorbeeld de kastanjebloedingsziekte.

De poppen overwinteren in het gevallen blad op de grond bij de boom, om de vlinder te bestrijden is het verstandig dit blad te verwijderen.

Vervangende soorten

  • Aesculus indica
  • Aesculus pavia

 

Perenprachtkever

De larven van de perenpachtkever eten gangen in zigzag structuur onder de bast van de boom. De larven verpoppen zich na twee jaar en de kevers eten zich een weg naar buiten. Dit is aan de buiten kant te zijn door een D-vormig gat in bast. De boom afsterven bij ernstige aantasting die de sapstroom belemmerd.

Bij een aangetaste bomen is het verstandig deze te verwijderen en te versnipperen. Om gezonde bomen niet te besmetten.

Waardbomen

  • Peer
  • meidoorn
  • lijsterbes.

 

Buxusmot

De buxusmot is overgekomen vanuit Azië, in 2007 is deze meegekomen met de buxus die naar Duitsland gehaald werd. Tegenwoordig is de buxusmot over Nederland verspreid en het aantal is massaal vermeerderd.

Hoe bestrijdt u de rupsen van de buxusmot?

U kunt de rupsen handmatig en met gewasbeschermingsmiddelen bestrijden.

Chemische gewasbeschermingsmiddelen die het kwetsbare ecosysteem aantasten, zullen wij u niet adviseren.

Tips voor handmatig bestrijden

Verwijder zoveel mogelijk grote rupsen en poppen met de hand. Door tegen de planten te slaan of eraan te schudden valt een deel van de rupsen er vanzelf uit. Zoek verder goed in de plant naar achtergebleven rupsen en knip de spinsels weg. Herhaal dit om de paar weken.

Verwijder zwaar aangetaste struiken volledig of knip ze zo laag mogelijk af.Voer de afgeknipte takken en verwijderde struiken daarna af in een afgesloten zak of goed afgesloten container.

Vervangende soorten voor de buxus

deze soorten hebben geen last van de buxusmot en de buxusschimmels. Denk daarbij aan Ilex crenata ‘Green Hedge’ of Ilex crenata ‘Dark Green’ of Ilex crenata ‘Stokes’

 

Klanten aan het woord.