Bramen

Bramen groeien in Nederland in het wild. Vooral in struwelen en de randen van bossen. Het zijn verschillende soorten bramen: De dauw- of duinbraam (Rubus caesius) en de gewone braam (Rubus fruticosus) zijn het bekendst. Het laatste soort heeft door zijn grote vruchten de voorkeur om zelf te telen. Er zijn een flink aantal bramenrassen te koop. De meeste daarvan zijn doornloos. Een goede doornloze braam is de 'Chester Thornless'.

De braam is lekker maar ook gezond. Hij zit vol met antioxidanten, vitamine C en anthocyaninen. Je kunt bramen zo vers eten of op allehande manier verwerken.  

Bramenstruiken bloeien het beste op jonge scheuten en dragen daar ook de dikste en mooiste vruchten. Het is aan te raden om oude scheuten elk jaar weg te knippen en de jonge scheuten aan te binden. De braam heeft namelijk houvast nodig en door hem aan te binden krijgt hij genoeg zonlicht en wordt het plukken makkelijker.